Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationale Atlas Volksgezondheid
Personen Zorg zonder verblijf (AWBZ) 2009

In het noorden en oosten meer Zorg zonder verblijf

In de kaart is het gebruik van Zorg zonder verblijf (voorheen thuiszorg) per gemeente in kaart gebracht voor het jaar 2009. De gegevens zijn gecorrigeerd voor verschillen in leeftijd en geslacht. Het gebruik van Zorg zonder verblijf in heel Nederland is gesteld op 100. Een gestandaardiseerd gebruik boven of onder 100 duidt op respectievelijk een hoger of lager gebruik dan gemiddeld in Nederland.

In totaal hebben in 2009 378.309 personen Zorg zonder verblijf ontvangen. Dit komt overeen met gemiddeld 29 personen per 1.000 inwoners van 18 jaar of ouder. In het noorden, oosten en het zuiden van Zeeland wordt relatief meer gebruik gemaakt van Zorg zonder verblijf.

In het westen van Nederland bevinden zich veel gemeenten met een lager gebruik van Zorg zonder verblijf.

Zorg zonder verblijf heeft als doel de hulpvrager in staat te stellen zich te handhaven in de thuissituatie. Zorg zonder verblijf omvat zowel kort- als langdurende verpleging en verzorging. Intensieve zorg thuis vervangt vaak een langere opname in een ziekenhuis of opname in een verpleeghuis. Oudere mensen met chronische ziekten vormen de grootste doelgroep van de zorg zonder verblijf. Naast zorg zonder verblijf (kan geleverd worden door thuiszorginstellingen, maar ook door verzorgings- en verpleeghuizen) bestaat ook zorg met verblijf (verzorgings- en verpleeghuizen).

Voordat een zorgvrager voor Zorg zonder verblijf in aanmerking komt, beoordeelt het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) eerst of deze persoon hier recht op heeft. Het CIZ beoordeelt de vraag naar zorg van een cliënt en stelt vast hoeveel en welke zorg wenselijk/noodzakelijk is.

Gegevens over het gebruik van huishoudelijke hulp zijn afkomstig van het Centraal Administratiekantoor (CAK). Voor bepaalde voorzieningen (zoals huishoudelijke hulp in het kader van de Wmo) móeten mensen een eigen bijdrage betalen die wordt geïnd door het CAK. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van het aantal personen binnen een huishouden, leeftijd en gezinsinkomen en het Wmo-beleid van de gemeente waar men woont. Hierbij is geen zicht op:

  1. hulp die door personen zelf bekostigd wordt, niet via de Wmo
  2. hulp die via een personsgebonden budget loopt (pgb) (persoon regelt alle hulp zelf)
  3. hulp die via informele zorg en mantelzorg wordt verleend

Vergelijk deze kaart ook eens met:

Bron: CAK

.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CAK
Centraal Administratie Kantoor
pgb
Persoonsgebonden budget
Nationale Atlas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.
Creative Commons Licentie