Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationale Atlas Volksgezondheid
Hart- en vaatziekten, aandachtsgebied: ongezonde voeding 2005

Aandachtsgebied ongezonde voeding

De kaart laat zien dat er 45 instellingen zijn waar spreekuren voor hart- en vaatziekten worden gehouden met als aandachtsgebied ongezonde voeding. Al deze spreekuren geven aandacht aan het eetgedrag van de patiënt, ongeacht het ziektebeeld. De wijze waarop verschilt vaak per spreekuur.

Het veranderen van voedingsgewoonten is maatwerk. Men moet anders gaan eten, anders boodschappen doen en anders het eten bereiden. Daarnaast heeft de sociale omgeving een directe invloed op het eetpatroon. De begeleiding is in het algemeen erop gericht om de patiënt informatie te geven, samen de voor- en nadelen af te wegen en bij te staan in het veranderingsproces. Een kwart procent van de spreekuren hebben aangegeven samen te werken met een diëtist.

Voeding heeft invloed op de kans op hart- en vaatziekten. Zo verhoogt een teveel aan verzadigd vet en transvetzuren het LDL-cholesterolgehalte (slecht cholesterol) en verlaagt het transvet het HDL-cholesterolgehalte (goed cholesterol). Teveel zout verhoogt de bloeddruk. Teveel calorieën, teveel verkeerde vetten en teveel zout vergroten de kans op hart- en vaatziekten. Voor meer informatie over de gezondheidsgevolgen van ongezonde voeding verwijzen we naar het kompasNationaal Kompas Volksgezondheid.

Voeding kan ook beschermend werken door vervanging van de verzadigde vetten en transvetzuren door onverzadigde vetten. Onverzadigde vetten verlagen het cholesterolgehalte. Vermindering van zout verlaagt de bloeddruk (CBO, 2005a). Een juiste energiebalans voorkomt overgewicht. Vezelrijke voeding, groente, fruit en vette vis hebben een ook positieve invloed op het cholesterolgehalte en het voorkomen van hart- en vaatziekten.

Vergelijk deze kaart ook eens met:

urlDe Nederlandse Hartstichting

Scheidingslijn bij bronvermelding

Literatuur: NHS, 2004

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Definities

Cholesterol
Zonder cholesterol kan het lichaam niet goed functioneren, echter een teveel is schadelijk. Het lichaam maakt zelf cholesterol aan in de lever, wat normaal gesproken precies genoeg is. Het cholesterol bestaat grotendeels uit LDL en HDL deeltjes. LDL-cholesterol kan zich gemakkelijk in de wanden van de slagaders nestelen en vernauwingen veroorzaken. Daarom heet het ook wel ‘slecht’ cholesterol. Het HDL voert het teveel aan cholesterol af naar de lever, die ervoor zorgt dat het in de darmen komt en via de ontlasting uitgescheiden wordt. HDL-cholesterol wordt ook wel ‘goed’ cholesterol genoemd.
Transvetzuren
Onverzadigde vetzuren, die hetzelfde effect hebben als verzadigde vetzuren. Transvetzuren komen vooral voor in koek, gebak, voorgebakken friet en hartige snacks.
Verzadigd vet
Verzadigd vet heeft als eigenschap dat het gehalte aan cholesterol in het bloed kan laten stijgen. Hierdoor is er meer kans dat zich vetlaagjes afzetten in de bloedvatwanden, die langzaam kunnen dichtslibben waardoor een hartinfarct of herseninfarct ontstaan.
Nationale Atlas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.
Creative Commons Licentie