Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationale Atlas Volksgezondheid
Kinkhoestmeldingen per gemeente 1-1-2011 t/m 31-12-2011

Toename kinkhoestmeldingen 2011

Kinkhoest is een ziekte van de bovenste luchtwegen gekenmerkt door langdurige, hevige hoestbuien. Zowel kinderen als volwassenen kunnen kinkhoest krijgen. Kinkhoest begint met een verkoudheid, niezen, lichte koorts en prikkelhoest. Na twee weken ontstaan hevige, plotseling opkomende hoestbuien met opgeven van helder, taai slijm, soms met overgeven. De hoestbui eindigt vaak met een lange gierende inademing. Kinderen jonger dan een jaar kunnen door de hoestaanvallen benauwd worden en blauw aanlopen. Onder meer zuurstoftekort en hersenbloedingen zijn mogelijke complicaties. De hoestbuien zijn uitputtend, waardoor bij baby's de kracht om te drinken kan afnemen. Na enkele weken worden de hoestbuien minder heftig. Toch kan het hoesten vaak drie tot vier maanden duren.

Kinkhoest wordt veroorzaakt door een bacterie (Bordetella pertussis). Iemand met kinkhoest kan de bacterie overdragen door niezen of hoesten van druppeltjes uit de mond of keel. Maar ook kan iemand zonder klachten anderen besmetten. Voor meer informatie over kinkhoest verwijzen wij u naar het kompasNationaal Kompas Volksgezondheid.

Invoering van de kinkhoestvaccinatie in de jaren '50 heeft geleid tot aanzienlijke dalingen in het aantal gevallen (in de periode 1989-1995 tot ongeveer 300 gevallen per jaar). Sinds 1996 is er een duidelijke toename in het voorkomen van kinkhoest, waarbij het aantal meldingen per jaar in Nederland varieert tussen 2.400 en 9.300. Het RIVM ziet elke 2 tot 3 jaar een piek in het aantal gemelde patiënten met kinkhoest. In het jaar 2008 was voor de laatste keer een piek in meldingen van kinkhoest te zien. De huidige toename is dus niet ongewoon. Wel lijkt de periode waarin de toename zich afspeelt verschoven ten opzichte van vorige pieken.

Kinderen worden in het eerste levensjaar vier keer tegen kinkhoest ingeënt, de eerste keer als ze 2 maanden zijn, vervolgens bij 3, 4 en 11 maanden. Sinds 2001 worden ze ook op 4-jarige leeftijd gevaccineerd waardoor het aantal kinderen met kinkhoest op kleuterleeftijd sterk is afgenomen. De vervolgvaccinaties (11 maanden en 4 jaar) zorgen voor een langere bescherming. Sinds 2005 krijgen kinderen een nieuw kinkhoestvaccin. Hierdoor is de bescherming tegen kinkhoest bij 1 tot 3 jarigen duidelijk verbeterd.

In de meeste gemeenten in Nederland is meer dan 95% van de kinderen in het eerste levensjaar gevaccineerd tegen kinkhoest.

Voor ongevaccineerden geldt: hoe jonger het kind, hoe ernstiger de ziekte. Na vaccinatie kan iemand wel geïnfecteerd worden met de bacterie, maar meestal verloopt de ziekte dan minder ernstig. Het gevolg is wel dat de bacterie aanwezig blijft in de bevolking.

Vergelijk deze kaart ook eens met:

Icoon: urlRijksvaccinatieprogramma

Icoon: urlRIVM: Toename aantal besmettingen kinkhoest

.
Nationale Atlas Volksgezondheid, versie 4.15, 20 maart 2014
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.
Creative Commons Licentie