Bof onder studenten
Sinds eind 2009 is er een epidemie van bof onder studenten gaande. Vanaf 1 september 2009 tot 28 februari 2012 zijn er in totaal 1.325 meldingen van patiënten met bof bij het RIVM binnengekomen. De meldingen komen vooral uit universiteitssteden.
In de kaart staan het aantal bofgevallen voor de periode 1 september 2011 tot en met 28 februari 2012. Dit is het derde seizoen van de bofepidemie en tot nu toe zijn er 277 bofgevallen gemeld. In het eerste seizoen (1 september 2009 - 30 augustus 2010) ging het om 359 gevallen. Tijdens het eerste seizoen zijn het vooral de studentensteden waar de meldingen vandaan komen. In het tweede seizoen (1 september 2010 - 30 augustus 2011) waren er in totaal 689 meldingen en daar komen de meldingen niet alleen uit studentensteden.
Het bofvirus wordt overgebracht door hoesten, niezen en speekseluitwisseling. Bof verloopt vaak ongemerkt, maar kan ook leiden tot complicaties als doofheid en teelbalontsteking. Zeer zelden leidt dat tot blijvende onvruchtbaarheid. Het vóórkomen van bof in Nederland is sterk afgenomen sinds de inenting ertegen in 1987 werd opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Sindsdien krijgen kinderen op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar een
BMR-inenting. Deze prik beschermt tegen bof, mazelen en rodehond. Voor meer informatie over bof verwijzen we naar het
Nationaal Kompas Volksgezondheid.
De meeste studenten met bof zijn in het verleden tweemaal gevaccineerd met BMR in het kader van het RVP. Mogelijk neemt de bescherming door het bofvaccin in de tijd af, waardoor jongvolwassenen, die onderling veel nauwe contacten hebben (studentenhuizen, feesten van studentenverenigingen), na blootstelling toch de ziekte kunnen ontwikkelen. Verder onderzoek naar de redenen voor deze epidemie is ingezet.
Kijk ook eens bij andere websites:
Infectieziektebestrijding
Rijksvaccinatieprogramma