U bevindt zich op:Zorgatlas›Gezondheid en ziekte›Functioneren en kwaliteit van leven›Achtergrondinformatie bij arbeidsongeschiktheid
UWV (Uitvoeringsinstiuut Werknemersverzekeringen) heeft de gegevens aangeleverd. De opgenomen gegevens komen uit de registratiesystemen van uitvoeringsinstellingen. In de kaart is het aantal uitkeringen gerelateerd aan de bevolking van 15 tot en met 64 jaar. De informatie over de bevolking is afkomstig van het CBS. Het totaal aantal uitkeringen in de kaarten is exclusief de uitkeringen die naar het buitenland gaan en waarvan de woonplaats van de uitkeringsgerechtigde niet precies bekend is.
Er zijn drie verschillende soorten arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, die samengevoegd zijn:
Het aantal uitkeringen komt niet overeen met het aantal arbeidsongeschikten, omdat sommige personen meer uitkeringen tegelijkertijd hebben.
Door de standaarddeviatie te berekenen kunnen we bepalen in welke mate het arbeidsongeschiktheidspercentage in een bepaalde regio afwijkt van het Nederlandse gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde groter is dan 10% wordt de standaarddeviatie berekend met de formule √(p(1-p)/n) en als het Nederlands gemiddelde kleiner is dan 10% wordt de standaarddeviatie berekend met de formule √(p/n). In beide formules is p de kans op arbeidsongeschiktheid en n is de populatieomvang. Vervolgens is op basis van de standaarddeviatie een vijfpunts-schaal geconstrueerd:
onder (p < .05)
significant onder het Nederlands gemiddelde
onder
tussen de 1 en 2 standaarddeviaties onder het Nederlands gemiddelde
gemiddeld
minder dan één standaarddeviatie onder of boven het Nederlands gemiddelde
boven
tussen de 1 en 2 standaarddeviaties boven het Nederlands gemiddelde
boven (p < .05)
significant boven het Nederlands gemiddelde
De weergegeven verschillen met het Nederlandse gemiddelde zijn bepaald met de standaarddeviatie (één en twee standaarddeviaties onder of boven het Nederlandse gemiddelde). De gegevens zijn niet gecorrigeerd voor leeftijd en geslachtverschillen.
Voor de kaart is het aantal inwoners van 15-65 jaar (potentiële beroepsbevolking) per gemeente gebruikt. Een betere maat is de beroepsbevolking. Op gemeenteniveau zijn helaas geen cijfers beschikbaar over de beroepsbevolking. Het patroon zal nagenoeg gelijk zijn, met alleen een hoger gemiddelde. Het is mogelijk dat het verschil tussen de potentiële beroepsbevolking en beroepsbevolking niet overal gelijk is in Nederland.
Arbeidsongeschiktheid kan worden beschouwd als een indicator voor de langdurige beperkingen in de arbeidssituatie. Voorwaarde is de aanwezigheid van een aantoonbare ziekte of gebrek waardoor men niet meer kan werken (Smulders, 1997).
Naast gezondheid is arbeidsongeschiktheid dus ook afhankelijk van het werk dat men doet of kan doen. Wijzigingen in regelgeving of keuringseisen zijn ook van invloed op het aantal arbeidsongeschikten. Bij de geografische spreiding kan mogelijk ook de situatie op de regionale arbeidsmarkt een rol spelen.