Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationale Atlas Volksgezondheid
Niet religieus

Toenemende onkerkelijkheid

In 2002 zegt ongeveer 40 procent van de bevolking niet tot een religie te behoren. Dit is het gevolg van een vrij recente ontwikkeling. Het proces van onkerkelijkheid is, als gevolg van de secularisatie van de maatschappij, in het laatste kwart van de negentiende eeuw begonnen.

Tot het jaar 1879 behoorde vrijwel iedereen in Nederland tot een kerkelijke gezindte. De eerste snelle groei van de onkerkelijkheid vond plaats tussen 1879 en 1930. Het aandeel onkerkelijken steeg toen tot 14 procent. Van 1930 tot 1960 nam de onkerkelijkheid licht toe (van 14 tot 18 procent). In de jaren zestig begon de onkerkelijkheid weer snel te groeien. Tussen 1960 tot 2002 is het aantaal niet religieuzen gestegen van 18 procent tot 40 procent.

De onkerkelijkheid heeft in eerste instantie onder de protestanten (Nederlands Hervormd) plaatsgevonden, maar later (in de jaren zeventig) ook bij de katholieken. Het aandeel van de totale bevolking dat islamiet is, stijgt daarentegen als gevolg van de immigratie en een relatief hoge vruchtbaarheid van immigranten.

De kaart laat per COROP-gebied het percentage van de bevolking zien dat zich tot geen religie rekent.

In de 29 van 40 COROP-gebieden vormen de niet religieuzen het grootste aandeel. In 12 gebieden is dit aandeel zelfs meer dan 50 procent. De gebieden met grootste aandeel niet religieuzen zijn Agglomeratie Haarlem (64,4%), Zaanstreek (63,5%) en Oost-Groningen (60,9%).

Het kleinste aandeel bevindt zich vooral in Midden-Limburg (12,5%), Zuid-Limburg (14,6%) en Noord-Limburg (17,3%). De lage percentages in Limburg hebben te maken met een groot aandeel rooms-katholieken in dit gebied.

detailsAchtergronden en details bij het onderwerp religie

Scheidingslijn bij bronvermelding

Bron: CBS StatLine

.
Nationale Atlas Volksgezondheid, versie 4.11, 28 maart 2013
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.
Creative Commons Licentie