Vooral in grensgebieden veel westerse allochtonen
Op 1 januari 2011 telde Nederland 3,4 miljoen allochtonen (20,6% van de totale bevolking). Iets minder dan de helft (45,0%) zijn westerse allochtonen, de anderen (55,0%) zijn niet-westerse allochtonen. Onder ‘allochtonen’ worden personen verstaan van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen personen die zelf in het buitenland zijn geboren (eerste generatie) en personen die in Nederland zijn geboren (tweede generatie).
Nederland telt in 2011 iets meer dan 1,5 miljoen westerse allochtonen. Dat is 9,2% van de bevolking. De hoogste concentraties westerse allochtonen (met name Duitse en Belgische allochtonen) zijn te vinden in grensgemeenten, vooral in Limburg en Zeeland. De gemeente Vaals heeft met 44,4% het hoogste percentage westerse allochtonen, gevolgd door Kerkrade (27,4%) en Baarle-Nassau (23,9%). Daarnaast zijn ook in enkele andere delen van het land grote groepen westerse allochtonen te vinden, vooral in en rond Den Haag en Amsterdam (inclusief het Gooi). Koplopers hier zijn de gemeenten Wassenaar (21,3%) en Amstelveen (18,4%).
Deze concentraties westerse allochtonen zijn enerzijds het gevolg van de sterk toegenomen internationalisering van de samenleving, met veel internationale bedrijven en organisaties geconcentreerd in de economische kerngebieden. Maar ook de dekolonisatie van Nederlands-Indië speelt een belangrijke rol in de ruimtelijke spreiding van de westerse allochtonen: de 'Indische Nederlanders' vormen een relatief omvangrijke groep, die vooral te vinden is in Den Haag en omgeving, en in iets mindere mate ook in het Gooi.
De grootste groep westerse allochtonen bestaat uit personen die rechtstreeks (eerste generatie) dan wel via de ouders (tweede generatie) afkomstig zijn uit Indonesië of voormalig Nederlands-Indië. Het verschil met de op één na grootste groep, de Duitsers, is gering. De leeftijdsstructuur van de westerse allochtonen lijkt erg op die van de totale bevolking van Nederland.